Overzicht van de wijzigingen in de NTA 8800, versie 2024

Net als in voorgaande jaren verscheen er ook dit jaar weer een nieuwe versie van de NTA 8800. Naar verwachting wordt deze versie van de NTA 8800 per 1 juli 2024 wettelijk aangewezen. Ook deze versie van de NTA 8800 bevat weer een aantal wijzigingen. Het gaat om wijzigingen die zijn doorgevoerd op basis van opmerkingen die gemaakt zijn door marktpartijen.

Ook BCRG stuurt ieder jaar opmerkingen en wensen in. Vaak zijn dit opmerkingen en wensen die aan het licht komen bij de beoordelingen van de verklaringen, maar ook naar aanleiding van overleg dat wij hebben met de verschillende marktpartijen. Hieronder tonen wij een overzicht met wijzigingen die in de NTA 8800 versie 2024 staan en die mogelijk consequenties kunnen hebben voor de beoordeling van de onderbouwing van de verklaringen.

Voorbereiden op EPBD4

De NTA 8800 kent dus meer wijzigingen dan diegenen die hier onder staan, maar deze hebben dan geen invloed op de verklaringen. De verwachting is dat er eind dit jaar in de NTA 8800 (versie 2025) geen of nagenoeg geen wijzigingen zullen worden doorgevoerd. Het jaar 2024 wil men namelijk gebruiken om de markt voor te bereiden op de invoering van de EPBD4.

Belangrijkste wijzigingen

De wijzingen in de NTA 8800 versie 2024, die voor de verklaringen van belang zijn:
Hoofdstuk 2

  • Definitie automatische zonwering is toegevoegd; ‘zonwering die minimaal wordt gestuurd op basis van verlichtingssterkte’.
  • Definitie collectieve warmtepompbron is toegevoegd: collectieve winning, opslag of opwekking, transport en distributie van warmte aan warmtepompsystemen waarop twee of meer energieprestatieplichtige gebouwen of bouwdelen zijn aangesloten en die voorzien zijn van één of meer collectieve pompen (bronpomp en/of distributiepomp).
  • Definitie restwarmte en -koude is aangepast: onvermijdelijke warmte of koude die als bijproduct in industriële of bedrijfsmatige processen wordt opgewekt en die zonder verbinding met een warmte- of koudenet ongebruikt terecht zou komen in lucht of water.

Hoofdstuk 5

  • Er zijn criteria toegevoegd om te bepalen of een systeem als actieve koeling kan worden beschouwd. 
  • Grens bij biomassa voor warmtecentrale wordt 500 kW (koppeling met activiteitenbesluit komt te vervallen).
  • Vloeibare biobrandstoffen kunnen bij EMG-verklaringen (bijlage P) ook als hernieuwbaar worden gezien.
  • Primaire energiefactor voor systemen die worden gevoed met waterstof is gelijk aan die van aardgas.
  • Elektrode boiler, bepaling jaarlijkse productie in flexmodus is aangepast. Afwijken van de forfaitaire waarde is alleen mogelijk op basis van onderbouwde, historisch gerealiseerde prestaties of een rekenmethode (simulaties) voor toekomstige ontwikkelingen met onderbouwde aannames. Historisch gerealiseerde prestaties moeten worden onderbouwd met een registratie op uurbasis van de daadwerkelijke inzet van de elektroboiler, afgezet tegen die uren waarop aan de voorwaarde van de price cap is voldaan.

Hoofdstuk 8, bijlage E, F,I, J

  • Dakkoepels en daklichten; de warmtedoorgangscoëfficiënt Urc van dakkoepels en daklichten moet worden bepaald volgens NEN-EN 1873.
  • In 8.2.2.1 is aangegeven dat: Als er voor de bepaling van de thermische prestatie van een scheidingsconstructie een geharmoniseerde norm beschikbaar is, dan moet volgens de Europese Verordening bouwproducten de thermische kwaliteit van die scheidingsconstructie worden bepaald op basis van de betreffende geharmoniseerde norm en de thermische prestatie die de fabrikant heeft opgenomen in een prestatieverklaring (Declaration of Performance (DoP)).
  • Bijlage E
    - Forfaitaire lambda-waarde van een aantal biobased isolatiematerialen is aangepast.
  • Bijlage E en J
    De NTA 8800 geeft afrondingsregels voor de warmtegeleidingscoëfficiënt, deze zijn nu in lijn met de NEN-EN-ISO 10456. De waarde van de gedeclareerde warmtegeleidingscoëfficiënt, λD in W/(m·K) en de rekenwaarde van de warmtegeleidingscoëfficiënt, λreken in W/(m·K), moeten worden afgerond volgens de in NEN-EN-ISO 10456 geldende regels:
    — Als ʎ ≤ 0,08: rond naar boven af op een veelvoud van 0,001 W/(m·K).
    — Als 0,08 < ʎ ≤ 0,20: rond naar boven af op een veelvoud van 0,005 W/(m·K).
    — Als 0,20 < ʎ ≤ 2,00: rond naar boven af op een veelvoud van 0,01 W/(m·K).
    — Als 2,00 < ʎ: rond naar boven af op een veelvoud van 0,1 W/(m·K).
    De rekenwaarde van de warmteweerstand, Rcalc in W/(m2·K), moet worden afgerond volgens de in NEN-EN-ISO 10456 geldende regels: afronding naar beneden naar de dichtstbijzijnde waarde, naar niet meer dan twee decimalen of drie significante cijfers.
  • Bijlage I
    Onderscheid tussen forfaitaire U-waarde van panelen die in kozijnen zijn van voor 1965 en vanaf 1965 is vervallen.
  • Bijlage J
    Aantal metingen dat moet worden uitgevoerd om lambda 90/90 te bepalen, is afgestemd op de productnormen. In bijlage J was tot nu toe aangegeven (ten onrechte) dat dit er altijd minimaal 10 moesten zijn.

Hoofdstuk 9

  • De NTA 8800 2024 geeft nu expliciet aan dat in het opwekkingsrendement van een warmtepomp het energiegebruik van de bronpomp of bronventilator moet zijn verwerkt.
  • Verwarmingsketels die worden gevoed met waterstof (H2), moeten worden behandeld als een HR-107-ketel op aardgas, inclusief de getalswaarden voor de primaire energiefactor voor aangeleverde energie (aardgas) en de CO2-emissiecoëfficiënten van aardgas.
  • Verliezen van een buffervat in een collectieve gebouwinstallatie moeten worden meegenomen. De methode is beschreven in NEN-EN 15316-5 en in 13.6. Bij de verliezen van een buffervat moet worden uitgegaan van de werkelijke temperatuurniveaus.
  • De NTA8800 versie 2024 geeft aan onder tabel 9.27 dat “een bron met een temperatuur van ≥ 20°C moet worden gewaardeerd als een systeem met externe warmtelevering volgens tabel 5.3 en 5.4 of bijlage P. Dit geldt ook indien deze warmte afkomstig is uit een of meer bronnen die op het eigen perceel liggen.” En… “Bij een bron met een temperatuur van ≥ 15°C en < 20°C wordt ervan uitgegaan dat de onttrokken warmte volledig hernieuwbaar is.” En… “Indien een bron met een temperatuurniveau van 20°C of hoger geen kwaliteitsverklaring beschikbaar heeft, dan moeten we grondwater (< 15°C) als bron aanhouden.” Al deze teksten geven eenduidig aan dat we een bron met een temperatuur > 20°C als externe warmtelevering moeten zien.

Hoofdstuk 11

  • De dissipatie van warmte is ingepast, als dit niet is meegenomen in de meetnorm, bij warmtebehoefte naar 0,7 K, bij koudebehoefte bij woningbouw naar 0,4 K en bij U-bouw naar 0,7 K. Bij de NEN-EN 13141-7 en NEN-EN 13141-8 is dit niet van toepassing. Hierbij is al in de meting rekening gehouden met de dissipatie van warmte.

Hoofdstuk 13

  • Er zijn forfaitaire diameters voor circulatieleidingen gegeven indien de diameter van de circulatieleiding onbekend is. Deze diameter is afhankelijk van het aantal aangesloten woonfuncties op de circulatieleiding.
  • In de NTA 8800 is nu duidelijk vermeld dat verklaringen op basis van bijlage T, EN 16147, EN 13203 of NEN-EN 89 alleen van toepassing zijn indien het toestel binnen staat (in een verwarmde of aangrenzende onverwarmde ruimte).
  • In de NTA 8800 wordt aangegeven dat: Indien er sprake is van extrapolatie onder het onderste meetpunt dat het opwekkingsrendement van het toestel niet hoger mag worden dan bepaald bij de meetgegevens voor de laagste toepassingsklasse;
  • Er wordt een rekenregel gegeven voor de fractieverdeling bij warm tapwater in het geval van 2 toestellen in serie waarbij het 1e toestel ook wordt gebruikt voor verwarming.

Bijlage P

  • Verliezen van buffers moeten worden meegenomen. Om de verliezen van een buffervat in een collectieve gebouwinstallatie te bepalen, gebruik dan de methode zoals beschreven in NEN-EN 15316-5 of in P.6.6.4.1. Het gaat alleen om buffers die een verlies hebben dat in verhouding staat tot het verlies van het distributiesysteem van de externe warmtelevering (die relatief groot zijn) en daarmee een duidelijk effect hebben op de prestaties van de externe warmtelevering.
  • Formule P.25 is aangepast: P_(HD;gen;ref)= Q_(HD;in;tot)/5400 ×3.6 OPMERKING Het getal 5400 is de forfaitaire waarde en gebaseerd op het afgeronde product van de benuttingsgraad van de maximale warmtevraag op jaarbasis (waarde 0,1718) en de duur van het jaar in Ms (31,536) voor de warmteopwekking t.b.v. externe warmtelevering.
  • Het referentievermogen (P.24) mag bij bestaande systemen ook worden bepaald op basis van historische gegevens van het systeem. Dit kan door over ten minste drie achtereenvolgende jaren het piekvermogen te registreren en de in die jaren opgewekte warmte door dat piekvermogen te delen. 
  • Als voor het bepalen van de prestaties van een warmtepomp het om praktische redenen niet mogelijk is deze voor plaatsing te beproeven, moet de fabrikant of leverancier garantiewaarden voor de prestaties geven. Die moet men na plaatsing met een garantiemeting toetsten.
  • Met het water van de geothermische bron komt vaak ook (laagcalorisch) gas mee als bijvangst. De hoeveelheid gas varieert per aangeboorde formatie en varieert veelal tussen de 0,3 mn3 en 1 mn3 gas per m3 opgepompt water uit de geothermiebron. Als het (laagcalorisch) gas, verkregen als bijvangst uit een geothermische bron, wordt bijgemengd in het openbare gasnet, of als de warmte die met hiermee produceert, wordt getransporteerd naar een afnemer buiten het geothermie-warmtenet waarop de energieprestatieplichtige gebouwen of delen van een gebouw zijn aangesloten, hoeft men de equivalente CO2-emissie en energie-inhoud van dit gas niet aan de geothermische bron te koppelen. Dit is ook het geval als het gas in oplossing blijft en weer in de bron wordt geïnjecteerd. De extra (pomp)energie die nodig is voor een hogere injectiedruk, wordt bij deze forfaitaire methode verwaarloosd. In alle andere gevallen geldt voor gebruik van dit gas een fP;del;ci en KCO2;del;ci met de waarde van aardgas (tabellen 5.2 en 5.3).
  • Tekst onder P.6.5.4.6. is aangepast in: “Voor STEG-centrales, afvalverbrandingsinstallaties, en andere vormen van WKK waarbij de elektriciteitsproductie afneemt door onttrekking van warmte (aftapwarmte)”…..